U bent hier: Home > Over rioleringsbeheer > Geschiedenis riolering
Geschiedenis riolering
Onze moderne riolering is ouder dan je denkt. Haar ontstaan loopt samen met de geboorte van onze beschaving. Tegelijkertijd met de groei van de eerste nederzettingen tot grotere dorpen en uiteindelijk steden ontstond ook het afvalprobleem. De omgeving kon de toenemende ontlasting, urine en ander afval niet meer op een natuurlijke manier verwerken. De mensen begrepen al snel dat hier een oplossing moest gezocht worden … een zoektocht die ook nu nog verder loopt.
De oudheid
Bij opgravingen in Schotland en Babylonië (Mesopotamië) zijn toiletten en afvoeren gevonden die verrassend veel lijken op onze huidige riolering! De oudste buis die teruggevonden werd, is van klei en dateert van 4.000 jaar vóór Christus. Ook de Indus-beschaving in Pakistan (3000-2000 v.C.) kende het belang van een goede hygiëne. Badkamers en toiletten waren in elkaars buurt gebouwd, meestal aan de straatkant. Ze werden verbonden met een afvoersysteem in de straat die vaak uitmondde in een rivier. Het spoelen van de toiletten gebeurde met water uit grote tonnen.
Eén van de oudste en belangrijkste beschavingen in Europa is terug te vinden op het eiland Kreta: de beschaving Minoan, genoemd naar de mythische koning Minoas. Ook zij hadden een behoorlijk afvoersysteem ontwikkeld, gemaakt van klei en steen. Op Kreta zijn zelfs nu nog veel buizen van 2.000 jaar vóór Christus in gebruik! Vermoedelijk kenden de Kretenzers ook het eerste automatische waterspoelsysteem voor een toilet. In het Koninklijke paleis te Knossos was immers een toilet op het gelijkvloers dat verbonden was met een opvangbak voor regenwater op het dak.
Ook in Egypte beschikten de rijkeren over een toilet. Deze bestonden uit zandbedden die het vuil moesten opvangen. Het zand zelf werd regelmatig uitgekuist door de bedienden. In Athene werd al het afvalwater verzameld in een grote vergaarbak buiten de stad. Vanuit deze opvangbak werden leidingen getrokken naar de omliggende velden en boomgaarden om deze te irrigeren en te bemesten. In China werd er bij opgravingen van een graftombe van een koning van de Han dynastie een toilet gevonden, compleet met een waterspoelsysteem, een stenen zitbankje en comfortabele armsteunen.
Rome
In het oude Rome gebruikten de mensen ook (vaak open) riolen. De eerste riolen dateren van 800 en 735 v.C. Niet alle huizen waren rechtstreeks aangesloten op het riool. Voor de niet-aangesloten huizen waren openbare toiletten ter beschikking maar de meeste mensen gooiden hun ontlasting gewoon op straat. Na de bouw van de eerste aquaducten (in 312 v.C.) werd gestart met een wasprogramma voor de straten. Op die manier verdween het afval alsnog in het riool.
Doordat het water vaak van ver diende aangevoerd te worden, kenden de Romeinen de waarde van het water. Vandaar dat zij hun water waar mogelijk hergebruikten. Het water van de openbare badhuizen werd na gebruik opgevangen en gebruikt om de toiletten te spoelen. Dit spoelen gebeurde continu. De openbare toiletten bestonden uit verschillende zitjes naast elkaar waar het water continu onderdoor liep om de ontlasting mee te nemen. Tussen de zitjes was geen tussenmuur: het toilet was immers net als de badhuizen een ontmoetingsplaats.
De hoofdriolering - de Cloaca Maxima – werd afgewerkt in 510 v.C. en liep van het oude stadscentrum van Rome (het Forum Romanum) naar de Tiber. Dit ondergrondse afvoerkanaal van ruim vier meter breed en drie meter hoog was meer dan 2400 jaar in gebruik. Maar dit riool stonk enorm en de kans op verspreiding van allerlei ziekten was groot.
Middeleeuwen (700-1500 na Christus)
Met de val van het Romeinse Rijk verdween ook een deel van de beschaving; zeker op rioleringsvlak. In de Middeleeuwen was het slecht gesteld met hygiëne en sanitair. In de meeste steden werd enkel gebruik gemaakt van open riolen. Iedereen gooide alles gewoon op straat. In de steden liepen goten door de straten waarin alle viezigheid werd verzameld en afgevoerd. Dit leidde tot enorme stank, viezigheid en verspreiding van ziekten. Pas aan het eind van de Middeleeuwen kregen de open riolen in sommige steden (zoals Parijs en Londen) overkappingen. Deze tunnels zijn de voorlopers van onze huidige rioolbuizen.
19e en 20e eeuw (1800-2000)
In de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkelde de industrie zich snel. Ook groeide de bevolking enorm en werden de steden steeds groter. De meeste rioleringen waren op dat moment ook nog open rioleringen die in rechtstreeks contact staan met de buitenlucht. Met alle geurhinder tot gevolg. Het overdekken van de riolen hielp slechts gedeeltelijk aangezien het afvalwater ongezuiverd in de rivieren terecht kwam. De rivieren werden dus herleid tot open riolen. Om die geurhinder tegen te gaan werd in sommige steden de rivier overdekt (bv. de Zenne te Brussel). Door de slechte sanitaire voorzieningen in de steden ontstonden zware epidemieën. In Londen begon men vanaf het midden van de 19e eeuw met de aanleg van rioleringen als reactie op de ernstige cholera-epidemie van 1830. De aanleg van een rioleringsstelsel werd er ook gestimuleerd door de uitvinding van de moderne WC.
In Frankrijk, Nederland en België lieten deze bouwwerken nog wat op zich wachten. Tot in de jaren '30 van de 20e eeuw deed men in de meeste Nederlandse steden zijn behoefte op een emmer. Deze werden dan opgehaald, leeggemaakt (meestal in de plaatselijke rivier) en gespoeld.
De moderne ondergrondse rioleringen zijn een relatief recent verschijnsel. Maar vanaf de 20ste eeuw begon men systematisch zo veel mogelijk huizen aan te sluiten op de rioleringen. Via de huisaansluiting komt het afvalwater in de gemeentelijke rioleringen terecht. Van daar wordt het water naar collectoren of verzamelriolen getransporteerd en zo wordt het uiteindelijk naar een zuiveringsinstallatie gebracht.
© Pidpa | Contacteer ons | Wettelijke vermeldingen | Privacybeleid | webmaster@pidpa.be | Sitemap
